“De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” (Galaten 5:22)
Het lijkt alsof de tekst fout is. Paulus somt negen deugden op, maar slechts één vrucht. Vrucht in het enkelvoud betekent het hart. Niet het Adamische, stenige (harde) en opstandige hart, maar het nieuwe hart van vlees, getransplanteerd door de Heilige Geest.
De zorg om de wil van God te doen is de mate van de relatie die de dienaar met de Heer heeft. God behagen betekent Zijn wil vrij en spontaan doen. Dit is het meest sublieme gevoel dat het leven van degenen die echt dienaren van de Allerhoogste zijn, leidt.
Het wonder van een nieuw leven volgt hetzelfde patroon als de geboorte van Jezus, de Zoon van God: Maria was omhuld door de Geest van de Allerhoogste en daarom werd Jezus verwekt.
Hetzelfde proces geldt voor de andere geborenen uit de Geest, kinderen van God. Dertig jaar later leerde Jezus een religieuze leraar hoe hij echt Gods kind kon worden:
Wat belangrijk is aan een boom, is niet zijn uiterlijk wanneer hij vol bladeren en vruchten zit. Maar de waarde ervan ligt in zijn wortels, oftewel, het verschijnt niet, omdat het in de aarde ligt.
En toch, ten minste eenmaal per jaar, in een bepaald seizoen, zal deze boom een soort verandering ondergaan zoals het verlies van bladeren en een periode zonder zijn vruchten te laten zien.